Wanneer niets lijkt te helpen, ligt de oplossing soms op een heel andere plek dan je denkt.
Recent werd ik gevraagd om mee te denken bij een paardeneigenaar die met een behoorlijk probleem zat. Het betrof een jong paard dat voortdurend met zijn mond open liep en daarnaast regelmatig met zijn hoofd schudde.
Er waren inmiddels al heel wat hoofdstellen en bitten geprobeerd, waaronder verschillende vormen van maatwerk. Helaas bleek niets de gewenste oplossing te bieden.
De eigenaar zat met de handen in het haar en vroeg zich af of alles zorgvuldig laten opmeten misschien alsnog de oplossing zou kunnen zijn.
En zo zijn we aan de slag gegaan!
Meten is weten: eerst het hoofd in kaart brengen
Ik ben begonnen met het opmeten van het hoofd en de mond van het paard. Daarbij viel mij direct een bepaalde scheefheid in het hoofd op.
Om precies te kunnen vaststellen waar deze verschillen zich bevonden, heb ik het hoofd uitgetekend.
Daaruit kwam iets opvallends naar voren:
- Het rechteroor bleek 8 cm breed te zijn.
- Het linkeroor bleek 6 cm breed te zijn.
Hiermee werd al snel duidelijk dat de kopstukken die eerder gebruikt waren, stuk voor stuk te klein waren voor het hoofd van dit paard.
Maar er was nog iets.
Met behulp van mijn rechte aftekenkopstuk zag ik dat zelfs dit model, ook wanneer het in de juiste maat zou worden gekozen, niet passend zou zijn bij de specifieke vorm van dit paardenhoofd.
Op de onderstaande foto kun je dit zien aan de hand van de witte streepjes die op het kopstuk zijn getekend.
Welk kopstuk past dan wél?
Dat was natuurlijk de volgende vraag.
Ik heb gekozen voor een anatomisch kopstuk in de juiste maat, waarbij voldoende ruimte werd gecreëerd voor het rechteroor van 8 cm.
Mijn gedachte hierachter was eenvoudig: als het breedste oor voldoende ruimte krijgt, zal het kleinere oor van 6 cm dat zeker ook krijgen.
Mocht dit uiteindelijk niet de gewenste oplossing blijken, dan zouden we samen met de tuigenmaker moeten kijken naar een volledig op maat gemaakt kopstuk. Dit heb ik uiteraard ook met de eigenaar besproken.
Maar ook het bit was een uitdaging
Naast het probleem met het hoofdstel speelde er nog iets.
Het paard wilde absoluut niet prettig lopen op een enkel- of dubbelgebroken bit. Dat maakte het vinden van de juiste combinatie natuurlijk extra uitdagend.
Zoals ik al vaker heb aangegeven: wanneer een hoofdstel niet goed aansluit op het hoofd van een paard, kan dat ook gevolgen hebben voor de ligging van het bit.
Je kunt nog zo’n mooi bit aanschaffen, maar wanneer het hoofdstel niet goed zit en het bit daardoor niet comfortabel in de mond ligt, blijf je mogelijk tegen dezelfde problemen aanlopen.
Daarom ben ik eerst het hoofdstel volledig op maat gaan maken.
Pas daarna zijn we begonnen met het aanmeten van een dubbelgebroken Sprenger-bit met een anatomische vorm.
En dat bleek een schot in de roos!
Het resultaat? Een compleet ander paard!
De eigenaar omschreef het resultaat tijdens het rijden zelfs als ‘angstig’, zo goed ging het ineens.
De mond bleef mooi gesloten, de ruiter kreeg een veel beter stuur en kon eindelijk echt gaan rijden.
Wat een verschil kan een juiste combinatie van hoofdstel en bit maken!
Kijk goed naar de foto’s!
Op de foto’s hieronder zie je mijn getekende kopstuk en daaronder het kopstuk dat de eigenaar eerder gebruikte.
Let vooral op de witte streepjes. Deze geven aan waar de oorschelp zich bevindt.
Wanneer je dit vergelijkt met het oude kopstuk, zie je dat de vorm totaal niet aansloot bij de stand van de oren van dit paard.
De ronding van het kopstuk kwam namelijk precies achter in het oor terecht. En op de plek waar de opening van het kopstuk zat, waar het oor oorspronkelijk in zou moeten vallen, bevond zich helemaal geen oor!
En hier wil ik graag iets belangrijks bij benadrukken:
Ik zeg hiermee absoluut niet dat deze kopstukken niet goed zijn.
Ik zeg alleen dat dit specifieke kopstuk niet passend was bij het hoofd van dit specifieke paard.
Want dat is precies waar het om draait: een hoofdstel kan op zichzelf prima ontworpen zijn, maar daarmee is het nog niet automatisch geschikt voor ieder paardenhoofd.
Ieder paardenhoofd is anders!
Wat ik met dit praktijkvoorbeeld vooral wil laten zien, is dat we niet altijd moeten blijven zoeken naar een ander bit, een ander hoofdstel of nóg een aanpassing.
Soms moeten we eerst terug naar de basis: de anatomie van het paardenhoofd.
Pas wanneer je weet hoe het hoofd is opgebouwd, waar de verschillen zitten en welke ruimte er beschikbaar is, kun je gericht gaan zoeken naar een passende oplossing.
Een hoofdstel moet niet alleen mooi zijn of anatomisch genoemd worden. Het moet daadwerkelijk passen bij het paard dat het draagt!
Wil je ook graag laten controleren of het hoofd en je hoofdstel goed bij elkaar passen?
Dan kun je een afspraak aanvragen via het aanmeldformulier op deze website:
Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een paard dat zich comfortabel voelt en een ruiter die met plezier kan rijden!